Uitspraak
gevestigd te Sittard-Geleen,
kantoorhoudende te Maastricht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
16 juni 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de curator in het faillissement van Nieuwe Borg Ontwikkeling B.V. (NBO) voldoende zekerheid had gesteld voor de nakoming van een koopovereenkomst met B.B.O.M. Vastgoed B.V. (voorheen Molenparc B.V.). Molenparc had de bouwgrond geleverd en de koopprijs ontvangen, maar na het faillissement van NBO ontstond discussie over de levering en woonrijp maken van omliggende grond.
Molenparc stelde dat de curator onvoldoende zekerheid had geboden, waardoor zij zich op een opschortingsrecht en retentierecht kon beroepen en de overeenkomst kon ontbinden. De curator had echter bankgaranties en concerngaranties verstrekt, die volgens het hof en de Hoge Raad ruimschoots voldeden aan de vereisten van artikel 37 lid 2 Faillissementswet Pro.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de curator voldoende zekerheid had gesteld en dat Molenparc zich niet op opschorting kon beroepen. Tevens werd verduidelijkt dat zekerheidsstelling op grond van artikel 37 lid 2 Fw Pro alleen ziet op nog niet nagekomen verplichtingen uit de overeenkomst en niet op concurrente vorderingen zoals schadevergoeding of rente.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Molenparc en veroordeelde haar in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en werd de curator in het faillissement in het gelijk gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de curator voldoende zekerheid had gesteld volgens art. 37 lid 2 Faillissementswet.