ECLI:NL:HR:2017:1099

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2017
Publicatiedatum
15 juni 2017
Zaaknummer
16/04899
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2011-2013. In het cassatieberoep werd een beroep op betalingsonmacht gedaan voor het griffierecht. Na verzoek om aanvullende verklaring heeft de griffier dit beroep afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan.

Belanghebbende is bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en kreeg een termijn van vier weken om te betalen. Het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om redenen te geven voor het niet tijdig betalen, maar de aangevoerde gronden waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.

Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

16 juni 2017
Nr. 16/04899
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 30 augustus 2016, nrs. AWB 15/5553, AWB 15/5554 en AWB 15/5555, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting over de jaren 2011 tot en met 2013.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift in cassatie, ter zake van betaling van het griffierecht, een beroep op betalingsonmacht gedaan.
Na daartoe door de griffier van de Hoge Raad in de gelegenheid te zijn gesteld heeft belanghebbende de gevraagde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad geretourneerd. Naar aanleiding van de door belanghebbende verstrekte gegevens heeft de griffier belanghebbende bij brief van 7 november 2016 meegedeeld dat zijn beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de daarvoor geldende criteria.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 januari 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet betaald.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 14 februari 2017 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn hiervoor genoemde verklaring en in zijn brieven van 6 maart 2017 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2017.