ECLI:NL:HR:2017:107

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2017
Publicatiedatum
27 januari 2017
Zaaknummer
15/04402
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:101 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toerekenbare tekortkoming bank in beleggingsadvies en wijst beroep op eigen schuld af

In deze zaak stond de beleggingsadviesrelatie tussen Staalbankiers en haar cliënten centraal. De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld dat de bank haar zorgplicht had geschonden door onjuist advies te geven, wat tot schade bij de beleggers leidde.

Staalbankiers stelde in cassatie dat de beleggers eigen schuld hadden aan de geleden schade, een verweer gebaseerd op artikel 6:101 BW Pro. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit verweer niet slaagde en dat de bank toerekenbaar tekort was geschoten in haar zorgplicht.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. De bank werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Staalbankiers werd verworpen en de bank werd veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

27 januari 2017
Eerste Kamer
15/04402
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STAALBANKIERS N.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Staalbankiers en [verweerders]

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 369007/HA ZA 10-2175 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 13 oktober 2010 en 4 mei 2011;
b. de arresten in de zaak 200.091.476/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2013, 8 april 2014 en 9 juni 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft Staalbankiers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Staalbankiers mede door mr. D. Vlasblom.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Staalbankiers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
27 januari 2017.