Uitspraak
gevestigd te Drachten,
gevestigd te Bois-Colombes, Frankrijk, en (mede) kantoorhoudend te Breda,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
Op de verzekeringsovereenkomst zijn van toepassing de Specifieke en de algemene voorwaarden AV-NL 2008 versie I/2008 van Coface. Art. 1.1 van de algemene voorwaarden (hierna: AV) luidt:
In de overeenkomst van onderaanneming is onder meer bepaald:
De stelling dat SMN afhankelijk was van [A] als opdrachtgever omdat deze het werk moest opnemen, goedkeuren en daarvan een opdrachtbon moest tekenen is, gelet op de hiervoor [in 3.1 onder (iv)] geciteerde bepaling uit de overeenkomst juist, doch geeft geen volledig beeld. De UAV 1989 geven de aannemer immers, in aanvulling op het systeem van de wet, de mogelijkheid om een dergelijke opname en oplevering dan wel goedkeuring te bespoedigen.
Als het werk gereed is dient in beginsel een opname plaats te vinden; als het werk is goedgekeurd bestaat recht op betaling (binnen de afgesproken betalingstermijn). Daaruit volgt echter niet dat de aannemer moet wachten totdat de opdrachtgever opneemt. Als een opdrachtgever op een herhaald verzoek van de aannemer geen reactie geeft mag de aannemer, volgens de hiervoor [in 3.1 onder (v)] geciteerde bepalingen van de UAV 1989, het werk als opgeleverd beschouwen en dus zijn (slot- en/of meerwerk)nota indienen, zodat er, in de termen van de polis, vanaf dat moment recht op betaling bestaat.
Of het gaat om onderaanneming en of tussen de hoofdaannemer ( [A] ) en zijn opdrachtgever (de gemeente) wel of niet is opgeleverd doet daarbij niet ter zake, SMN heeft in dat systeem slechts met haar opdrachtgever, [A] , van doen.
Voor de interpretatie van de polis (…) betekent de omstandigheid dat die middelen niet zijn gebruikt niet, dat het recht op betaling ook niet bestond.
SMN voert in dat verband, op zichzelf terecht, aan dat het controlemoment (ofwel de opneming en goedkeuring) geen formaliteit is, maar dient om vast te stellen of de werkzaamheden daadwerkelijk en naar behoren zijn verricht. In dit geval staat tussen partijen echter vast dat het hier onbetwiste vorderingen betreft, zodat dat aspect van de goedkeuring niet in de weg staat aan het oordeel dat het recht op betaling bestond vanaf het moment dat SMN de goedkeuring op grond van de UAV 1989 had mogen veronderstellen.”
Het onderdeel voert voorts aan dat de gedingstukken ook niet de conclusie toelaten dat SMN al ruim voor 13 augustus 2011 het recht op betaling had kunnen verkrijgen, nu daaruit blijkt dat op 15 augustus 2011 door [A] is geconstateerd dat de werkzaamheden door SMN nog niet voltooid waren en pas tijdens een bespreking eind augustus/begin september 2011 goedkeuring is gegeven, zodat toen pas het recht op betaling ontstond.
4.Beslissing
9 juni 2017.