Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 maart 2015, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2007 werd behandeld.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het voorwaardelijk incidentele beroep van de Staatssecretaris van Financiën verviel omdat het principale beroep niet tot vernietiging van het hofarrest leidde. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Overgaauw als voorzitter en raadsheren Van Loon en Van Kalmthout op 22 januari 2016.