Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
17 mei 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld voor meervoudige oplichting, valsheid in geschrift en misbruik van sociale zekerheidswetgeving, met een gevangenisstraf van vier jaar waarvan twee voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht.
Het Hof had tevens bepaald dat deze bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn op grond van art. 14e Sr. De verdachte stelde cassatie in tegen deze dadelijke uitvoerbaarheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet heeft voldaan aan de motiveringsverplichting die vereist is voor een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid, zoals herhaald in eerdere jurisprudentie (HR 2015:537). Omdat de bewezen feiten niet gericht zijn tegen de lichamelijke integriteit van personen, vernietigt de Hoge Raad het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid en ziet geen reden om de proeftijd te bekorten.
Het beroep wordt voor het overige verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.
Uitkomst: Het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.