ECLI:NL:HR:2016:762

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2016
Publicatiedatum
28 april 2016
Zaaknummer
15/04960
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2010, 2011 en 2013. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan.

Na het verstrijken van de termijn ontving de Hoge Raad een brief van belanghebbende waarin betalingsonmacht werd aangevoerd, maar deze was te laat ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen reden was om het verzuim te herstellen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en wees het beroep af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 29 april 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

29 april 2016
Nr. 15/04960
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 10 september 2015, nrs. SGR 15/1921, SGR 15/1922 en 15/1923 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende drie aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2010, 2011 en 2013.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 12 december 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het adres van de curator in het faillissement van de vertegenwoordiger van belanghebbende, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 januari 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het door belanghebbende in de brief van 7 januari 2016 gedane beroep op betalingsonmacht, ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 12 januari 2016, derhalve ná afloop van de door de griffier voor de betaling van het griffierecht gestelde termijn, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2016.