ECLI:NL:HR:2016:755

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2016
Publicatiedatum
28 april 2016
Zaaknummer
14/06304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt boete bij te late opzegging huur bedrijfsruimte ondanks beroep op redelijkheid en billijkheid

In deze zaak stond de vraag centraal of een huurder, Oracle Nederland B.V., zich kon beroepen op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid om een boete wegens het niet tijdig stellen van een bankgarantie en een te late opzegging van huur van bedrijfsruimte te vermijden.

De feiten betreffen een huurovereenkomst van bedrijfsruimte waarbij Oracle de huur te laat opzegde en niet binnen de gestelde termijn een bankgarantie stelde, hetgeen leidde tot een boete. De kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam oordeelden dat de boete terecht was opgelegd en wezen het beroep van Oracle af.

Oracle stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, stellende dat de redelijkheid en billijkheid een beperkende werking zouden moeten hebben op de boete. De Hoge Raad overwoog dat de klachten van Oracle niet leiden tot cassatie, mede omdat de aangevoerde klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en veroordeelde Oracle in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest onderstreept de strikte toepassing van contractuele boetebepalingen bij huurovereenkomsten van bedrijfsruimte en beperkt het beroep op redelijkheid en billijkheid in dergelijke gevallen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de boete wegens te late opzegging en niet tijdig stellen van bankgarantie.

Uitspraak

29 april 2016
Eerste Kamer
14/06304
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ORACLE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
WESTINVEST GESELLSCHAFT FÜR INVESTMENTSFONDS MBH,
gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Oracle en Westinvest.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1290587 CV EXPL 11-34131 van de kantonrechter te Amsterdam van 22 december 2011 en 26 april 2012;
b. het arrest in de zaak 200.111.818/01 van het gerechtshof Amsterdam van 26 augustus 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Oracle beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Westinvest heeft geconcludeerd tot verwerping.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Oracle mede door mr. J.W. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van Oracle heeft bij brief van 12 februari 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Oracle in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Westinvest begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
29 april 2016.