Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
26 april 2016.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 26 april 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin de klager beroep in cassatie had ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland. Het betrof een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, gericht tegen beslaglegging.
De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard, maar de Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had toegepast en de motivering ontoereikend was. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde de beschikking. De zaak werd terugverwezen naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, met de opdracht het klaagschrift opnieuw te behandelen en af te doen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift.