Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
19 april 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 april 2015, waarin de verdachte werd veroordeeld voor de illegale overbrenging van zuiveringsslib en bruine eimix. De verdachte stelde dat het hof ten onrechte de Richtlijn 2008/98/EG als beoordelingskader had gekozen in plaats van de Verordening dierlijke bijproducten 1069/2009.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.