Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
15 april 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging voor gedwongen opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De rechtbank Limburg had de machtiging verleend, stellende dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die gevaar veroorzaakt dat niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Dit gevaar betreft ernstige zelfverwaarlozing en het weigeren van noodzakelijke medicatie, met risico op levensgevaar.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, met name ten aanzien van de vraag of het gevaar niet ook buiten het ziekenhuis kan worden afgewend, bijvoorbeeld via de mentor van betrokkene. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom gedwongen opname noodzakelijk is gezien het ontbreken van een eigen woning en de mogelijkheden van de mentor.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt beschikking voorlopige machtiging en verwijst zaak terug naar rechtbank Limburg.