ECLI:NL:HR:2016:621

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2016
Publicatiedatum
12 april 2016
Zaaknummer
14/00691
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie Marktplaatsoplichting

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor marktplaatsoplichting en het aannemen van een valse hoedanigheid. In cassatie werd het beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2014.

De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de strafduur, met vermindering van de gevangenisstraf. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste en derde middel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was.

Het tweede middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege te late inzending van stukken door het hof. De Hoge Raad stelde vast dat deze termijn was overschreden, wat leidde tot vermindering van de gevangenisstraf met tien maanden.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor de strafduur, stelde de straf vast op negen maanden gevangenisstraf en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan op 12 april 2016 door de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

12 april 2016
Strafkamer
nr. S 14/00691
NA/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2014, nummer 20/001818-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste en het derde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van tien maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze negen maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 april 2016.