Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2015, waarin hoger beroep van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd behandeld. Het geschil betrof een besluit van de SVB op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet nodig, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.