Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
18 maart 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen meerdere beschikkingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een familierechtelijke procedure. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend. De Procureur-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de cassatieklager klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat het gaat om een klacht over de toepassing van Egyptisch recht, welke niet in cassatie wordt getoetst volgens artikel 79 lid 1 onder Pro b RO.
Op basis van artikel 80a lid 1 RO en het advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Snijders en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-toetsing van Egyptisch recht in cassatie.