Uitspraak
Turbu.com Mobile Phone’s B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 25 februari 2011, nrs. 07/00410 en 07/00414.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 18 maart 2016 het cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch gegrond verklaard. De zaak betreft de toepassing van het recht op aftrek van omzetbelasting in het kader van mogelijke betrokkenheid bij btw-fraude bij de aankoop van mobiele telefoons.
Na een eerdere prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat de vraag niet-ontvankelijk verklaarde, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de uitspraak van het Hof niet in stand kan blijven en de zaak moet worden terugverwezen. Hierbij is van belang dat indien het verwijzingshof vaststelt dat belanghebbende wist of had moeten weten dat zij deelnam aan btw-fraude, het recht op aftrek moet worden geweigerd. Echter, het nultarief kan niet op die grond worden geweigerd voor intracommunautaire leveringen.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing in lijn met dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst zaak terug naar Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.