Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
[c-straat 1] , te Breda.
1642 gram (bruto) joints.
4.Beslissing
15 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden verdovende middelen in meerdere panden in Utrecht en Breda.
Het Hof had vastgesteld dat verdachte, ondanks zijn langdurige verblijf in Marokko, via telefonische contacten een organiserende en bepalende rol had in de handel en opslag van hasjiesj en hennep. De bewijsmiddelen bestonden uit uitgebreide processen-verbaal van doorzoekingen, inbeslagnames, forensische rapporten en getuigenverklaringen die de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden drugs in verschillende panden bevestigden.
Verdediging voerde aan dat medeplegen niet bewezen was vanwege de afwezigheid van verdachte in Nederland gedurende de pleegperiode en zijn beperkte actieve rol. Het Hof verwierp dit verweer omdat de samenwerking en instructies via telefoon voldoende waren om medeplegen aan te nemen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel dat de motivering van het medeplegen onvoldoende zou zijn, niet tot cassatie kan leiden. Ook het feit dat verdachte niet lijfelijk aanwezig was, doet niet af aan de bewezenverklaring. De Hoge Raad bevestigt dat de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit ongewijzigd blijven, ook als bepaalde onderdelen worden weggelaten.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting en strafoplegging voor het onderdeel onder 3 ten laste gelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest bevestigd, met terugwijzing voor hernieuwde berechting van een onderdeel.