Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2015, waarin hij werd veroordeeld voor diefstal met wederrechtelijke toe-eigening. De advocaat van verdachte diende een schriftuur in ter onderbouwing van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad baseert dit oordeel mede op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk en vernietigt het arrest niet. De zaak wordt niet verwezen naar een ander hof. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 20 december 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.