Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
13 december 2016.
{raadsman: lees: verstekvonnis d.d. 15 september 2015 dat immers door het hof is bekrachtigd)
opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden (..).
2 Zie: proces-verbaal terechtzitting, gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Arnhem d.d. 14 december 2015, p. 2
3 Zie nader: Het Nederlands strafprocesrecht, mr G.J.M. Corstens, bewerkt door prof. mr. M.J. Borgers, 8e druk, 2014, Kluwer, p. 805
4 Voordat ik van plagiaat wordt beschuldigd: deze formulering heb ik rechtstreeks ontleend - en daarom dan ook tussen "ganzenvoetjes" hier geplaatst - aan de uitspraak : HR 3 november 2009, NJ 2009, 555 ro. 2.5 en 2.6. Overigens is deze uitspraak uit 2009 een oprecht historisch zuiver én goed én bovenal rechtvaardige (!) uitspraak: een meer dan terechte vernietiging door de Hoge Raad van een gegeven vrijspraak door het Hof....het "Beledigen van Joden" is immers en onder alle omstandigheden volstrekt ontoelaatbaar, zo zegt ook mijn rechtsgevoel; het lijkt mij goed deze uitspraak van de Hoge Raad ook zeker voor de nabije toekomst te koesteren..!