Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amstelveen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
26 februari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiseres, een ondernemer, vergoeding van arbeidsvermogensschade na een verkeersongeval. De procedure begon bij de rechtbank Breda met meerdere vonnissen tussen 2004 en 2012, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 12 augustus 2014 een arrest wees dat de omvang van de schade behandelde.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep zolang geen schriftelijke rechterlijke beslissing was waarin tussentijds cassatieberoep werd opengesteld, en bij het ontbreken daarvan tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.