Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 december 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een voorlopige machtiging te verlenen voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank hoorde betrokkene persoonlijk in de deuropening van zijn woning, ondanks dat de oproeping naar een onjuist adres was gestuurd. Betrokkene gaf aan geen contact met de geestelijke gezondheidszorg te willen.
Betrokkene stelde in cassatie dat de oproeping onjuist was en dat de hoorplicht was geschonden, omdat hij niet op de juiste wijze was geïnformeerd over het verzoek en de stukken. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter de oproeping persoonlijk aan betrokkene had overhandigd en hem had gehoord in aanwezigheid van zijn raadsman en behandelend psychiater.
De Hoge Raad stelde dat indien betrokkene of zijn raadsman bezwaar had tegen de mondelinge behandeling, zij dit hadden kunnen aangeven, maar dat daarvan geen sprake was. De overige klachten van betrokkene werden niet nader gemotiveerd, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de voorlopige machtiging tot opname in het psychiatrisch ziekenhuis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis.