ECLI:NL:HR:2016:2985

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2016
Publicatiedatum
22 december 2016
Zaaknummer
15/03093
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindigde samenwerking chemische fabriek: geen overeenkomst en verwerping cassatie

In deze zaak stond de beëindigde samenwerking tussen Organik Kimya Netherlands B.V. en Tebodin c.s. centraal, waarbij over en weer tekortkomingen werden verweten. De discussie betrof onder meer of een overeenkomst tot stand was gekomen, de omvang van de opdracht en de toepassing van een exoneratiebeding.

De procedure omvatte meerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Organik stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, dat de samenwerkingsovereenkomst betrof.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Organik niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het cassatieberoep werd verworpen en Organik werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Organik wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

23 december 2016
Eerste Kamer
15/03093
TT/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ORGANIK KIMYA NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. TEBODIN NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. TEBODIN B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Hermans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Organik en Tebodin c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 333904/HA ZA 06-202 van de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2006, 11 juni 2008, 3 juni 2009, 21 oktober 2009 en 7 maart 2012;
b. het arrest in de zaak 200.117.392/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Organik beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tebodin c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Organik mede door mr. A. Stortelder, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Organik heeft bij brief van 11 november 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Organik in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tebodin c.s. begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
23 december 2016.