AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake teruggaaf omzetbelasting 2008
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een beschikking over teruggaaf van omzetbelasting over het jaar 2008. Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het de gronden van het beroep ontbrak.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen, maar belanghebbende heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Hierdoor kon het verzuim niet worden hersteld.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 AwbPro. Tevens zijn er geen gronden voor veroordeling in proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 23 december 2016 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep en het niet herstellen van dit verzuim.
Uitspraak
23 december 2016
nr. 16/04499
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X]te [Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haagvan 22 juli 2016, nr. SGR 15/8890 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het jaar 2008.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 14 september 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 AwbPro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.