AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake reclamebelasting gemeente Hellendoorn
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 augustus 2016, betreffende een aanslag in de reclamebelasting over het jaar 2014.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft het college per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar het college heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 AwbPro. De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en legde het college een griffierecht van €503 op.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.
Uitspraak
23 december 2016
nr. 16/04940
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn(hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 30 augustus 2016, nr. 15/00701, betreffende een aan [X]te [Z]voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de reclamebelasting van de gemeente Hellendoorn.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 12 oktober 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door het College opgegeven postbusadres, heeft de griffier van de Hoge Raad het College in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Het College heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 AwbPro het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2.Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3.Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn wordt een griffierecht geheven van € 503.