ECLI:NL:HR:2016:2875

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2016
Publicatiedatum
15 december 2016
Zaaknummer
15/03025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep Van Lanschot in effectenrechtelijke zorgplichtzaak

In deze zaak stond de zorgplicht van Van Lanschot Bankiers jegens haar cliënten centraal, met name met betrekking tot de specifieke risico's verbonden aan beleggen in short straddles. De rechtbank en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden eerder geoordeeld over de aansprakelijkheid van Van Lanschot en de vaststelling van het causaal verband tussen het handelen van de bank en de geleden schade.

Van Lanschot stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en stelde dat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof en veroordeelde Van Lanschot in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest onderstreept de strenge toetsing van zorgplicht in effectenrechtelijke zaken en benadrukt de noodzaak voor banken om beleggers adequaat te informeren over complexe beleggingsproducten zoals short straddles.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Van Lanschot Bankiers wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitspraak

16 december 2016
Eerste Kamer
15/03025
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: aanvankelijk mr. L. van den Eshof, thans mr. J.P. Heering en mr. J.W. de Jong.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Van Lanschot en verweerders als [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 235190/HA ZA 11-1389 van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 november 2011 en 19 december 2012;
b. het arrest in de zaak HD 200.124.050/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Van Lanschot beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Van Lanschot mede door mr. B.M.H. Fleuren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Van Lanschot heeft bij brief van 28 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Van Lanschot in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 december 2016.