Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 december 2016.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurder aansprakelijk is voor de diefstal van gehuurde rijplaten. Het geding begon bij de kantonrechter te 's-Hertogenbosch, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis bevestigde. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, met name de maatstaf zoals neergelegd in het arrest van 24 oktober 1997, waarin de aansprakelijkheid van huurders bij diefstal van gehuurde zaken is behandeld. De klachten van eiseres in cassatie konden echter niet leiden tot een cassatieberoep, omdat zij niet voldeden aan de criteria van artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de aansprakelijkheid van de huurder voor de diefstal van de rijplaten werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de huurder voor de diefstal van gehuurde rijplaten.