Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
13 december 2016.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de politierechter veroordeeld voor overtreding van een inreisverbod op 13 december 2015. Dit vonnis was gebaseerd op een bestuursbesluit van 10 juli 2013 dat een inreisverbod oplegde. Echter, bij een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter op 17 oktober 2013 werd dit bestuursbesluit vernietigd. Er is geen nieuw inreisverbod uitgevaardigd na die datum.
De aanvraag tot herziening betrof uitsluitend de veroordeling voor het overtreden van het inreisverbod. De Hoge Raad concludeerde dat de politierechter niet op de hoogte was van de vernietiging van het bestuursbesluit en dat bij kennis daarvan de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn.
Op advies van de Advocaat-Generaal werd de aanvraag tot herziening gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst waar nodig, en de zaak verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling. Hiermee wordt het belang van correcte feitenvaststelling en rechtsbescherming in strafzaken onderstreept.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herziening gegrond en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens het ontbreken van een geldig inreisverbod.