ECLI:NL:HR:2016:2813

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
8 december 2016
Zaaknummer
16/05426
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieWet openbaarheid van bestuur
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak niet-ontvankelijk

Belanghebbenden deden een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 november 2016 uitspraak deed. Tegen deze uitspraak werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Deze bepaling beperkt de kennisname van de Hoge Raad tot cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in deze zaak openstelt, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen.

Het arrest werd op 9 december 2016 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, met raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, en waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

9 december 2016
Nr. 16/05426
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1]te
[Z]en
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Statevan 2 november 2016, nr. 201600964/1/A3, betreffende een door belanghebbenden gedaan verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet‑ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2016.