ECLI:NL:HR:2016:2788

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
8 december 2016
Zaaknummer
16/03051
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.2a Wet IB 2001Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslagen inkomstenbelasting en persoonsgebonden aftrek

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2007 tot en met 2009. Het geschil betrof tevens de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek zoals bedoeld in artikel 6.2a Wet IB 2001.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest is op 9 december 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en J. Wortel.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

9 december 2016
Nr. 16/03051
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 10 mei 2016, nrs. 15/00953 t/m 15/00955, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nrs. LEE 14/2817, 14/2818 en 14/2577) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2007 tot en met 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor die jaren gegeven beschikkingen inzake niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek als bedoeld in artikel 6.2a Wet IB 2001.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2016.