Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
6 december 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake babbeltruc diefstal op 1 oktober 2013 waarbij circa 25.000 euro en drie vazen werden weggenomen.
De bewezenverklaring van het hof steunde op diverse bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, politieprocessen-verbaal, waarnemingen van het hof en telefoonregistraties. Het hof achtte het specifieke kenmerk van een gouden boventand bij de verdachte in samenhang met andere bewijzen voldoende voor bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de bewezenverklaring niet zonder meer uit de bewijsvoering kan worden afgeleid en dat het arrest niet voldoet aan de eis van een deugdelijke motivering. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De overige onderdelen van het arrest, zoals de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van benadeelden, blijven in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 6 december 2016.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.