ECLI:NL:HR:2016:2732

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2016
Publicatiedatum
1 december 2016
Zaaknummer
16/04288
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende, woonachtig in Marokko, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift niet voldeed aan de eis van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. Ondanks een aangetekende brief en een gewone postuitnodiging om het verzuim te herstellen, heeft belanghebbende geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad vond geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 2 december 2016 door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet herstellen van het verzuim.

Uitspraak

2 december 2016
Nr. 16/04288
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 15 juli 2016, nr. 15/1419 WAO, betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.
Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 september 2016, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2016.