ECLI:NL:HR:2016:2727

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2016
Publicatiedatum
1 december 2016
Zaaknummer
16/03658
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende, woonachtig in Marokko, stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen inzake de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Het griffierecht werd niet betaald. Vervolgens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld om redenen te geven voor het niet betalen, waarop hij aangaf geen geld te hebben.

De Hoge Raad oordeelde dat deze verklaring niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht zoals in eerdere jurisprudentie is vastgesteld, omdat belanghebbende dit niet tijdig en onderbouwd had gemeld. Zonder andere gronden om het verzuim te rechtvaardigen, verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd gedaan door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 2 december 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

2 december 2016
Nr. 16/03658
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 16 juni 2016, nrs. 14/1825 WAO, 14/4798 WAO en 16/428 WAO, betreffende besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft niet gekozen voor een domicilieadres in Nederland.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 31 augustus 2016 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 3 oktober 2016, welke brief eveneens per gewone post is verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres in het buitenland, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. In zijn via het Landelijke Diensten Centrum voor de Rechtspraak ontvangen reactie geeft belanghebbende aan dat hij geen geld heeft om het verschuldigde griffierecht te kunnen betalen. Voor zover dit moet worden opgevat als een beroep op betalingsonmacht, heeft belanghebbende niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier laten weten waaruit deze betalingsonmacht blijkt, en met name niet kenbaar gemaakt dat hij voldoet aan het criterium voor betalingsonmacht zoals weergegeven in onderdeel 2.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:HR:NL:2015:354, BNB 2015/197.
Nu belanghebbende voor het overige geen grond heeft aangevoerd voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest, moet het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2016.