Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde en het vierde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
29 november 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van betrokkene centraal, die was veroordeeld voor schuldwitwassen. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van stortingen op een Marokkaanse bankrekening gedurende een bewezenverklaarde periode.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte aannam dat alle in de bewezenverklaarde periode gestorte bedragen automatisch als wederrechtelijk verkregen voordeel konden worden aangemerkt. Tevens was het oordeel van het hof onbegrijpelijk dat ook stortingen vóór de bewezenverklaarde periode en in een tijd dat schuldwitwassen nog niet strafbaar was, als wederrechtelijk verkregen voordeel werden beschouwd.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep. De overige middelen behoefden geen bespreking. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 29 november 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.