Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak van 17 april 2015 tot en met 16 juli 2015, inclusief een boetebeschikking.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks deze waarschuwing is het griffierecht niet voldaan.
Na een nadere gelegenheid voor belanghebbende om redenen aan te dragen voor het niet tijdig betalen, oordeelt de Hoge Raad dat geen geldige grond voor verzuim bestaat. Daarom wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad acht geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.