Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2636

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
16/03050
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over het tijdvak van 17 april 2015 tot en met 16 juli 2015, inclusief een boetebeschikking.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Ondanks deze waarschuwing is het griffierecht niet voldaan.

Na een nadere gelegenheid voor belanghebbende om redenen aan te dragen voor het niet tijdig betalen, oordeelt de Hoge Raad dat geen geldige grond voor verzuim bestaat. Daarom wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad acht geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

18 november 2016
Nr. 16/03050
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Nederlandvan 10 juni 2016, nr. LEE 15/3402 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een aan belanghebbende over het tijdvak 17 april 2015 tot en met 16 juli 2015 opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 juli 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 22 augustus 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in een tweetal brieven van 30 augustus 2016 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.