ECLI:NL:HR:2016:2620

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
16/03825
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

De Bondsrepubliek Duitsland was in beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Venlo. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.

De griffier van de Hoge Raad had de belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone brief verzonden. Het griffierecht werd echter niet voldaan.

Na een nadere gelegenheid tot reactie van de belanghebbende werd geoordeeld dat geen geldige reden bestond voor het niet betalen van het griffierecht. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de belanghebbende toe te rekenen. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 18 november 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

18 november 2016
Nr. 16/03825
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Bondsrepubliek Duitsland (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Limburgvan 6 juli 2016, nr. AWB/ROE 16/942 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 13 juni 2016 betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Venlo.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 27 augustus 2016, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 27 september 2016, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 4 oktober 2016 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.