Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 21 april 2016, nr. AWB 15/1281, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 augustus 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een bezwaarprocedure in een bestuursrechtelijke belastingzaak. Belanghebbende had verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarna het beroep in cassatie werd ingesteld.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk niet behandeld omdat de klachten onvoldoende grond boden voor cassatie of omdat belanghebbende niet voldoende belang had bij het beroep. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is op 18 november 2016 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.