ECLI:NL:HR:2016:2610

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
16/02339
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang

De zaak betreft een beroep in cassatie van Stichting [X] tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake belastingrecht en bestuursrecht. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep instelde klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad besloot daarom, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Om redenen van proceseconomie liet de Hoge Raad in het midden of de belanghebbende ten aanzien van het verschuldigde griffierecht een beroep kan doen op betalingsonmacht.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

18 november 2016
Nr. 16/02339
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 22 maart 2016, nr. AWB 15/6357, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 januari 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
Om redenen van proceseconomie zal de Hoge Raad in het midden laten of belanghebbende ten aanzien van het verschuldigde griffierecht een beroep kan doen op betalingsonmacht.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.