Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2583

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2016
Publicatiedatum
15 november 2016
Zaaknummer
15/01085
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 315 SvArt. 322, vierde lid, SvArt. 328 SvArt. 331, eerste lid, SvArt. 415, eerste lid, Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep in zaak profijtontneming wegens falende klacht over voeging stukken

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij de verdachte in cassatie ging tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2015.

De verdachte klaagde onder meer over de afwijzing door het hof van verzoeken tot het horen van getuigen en tot voeging van stukken uit de hoofdzaak in het dossier. Het hof had het onderzoek ter terechtzitting op 11 december 2014 opnieuw aangevangen vanwege een gewijzigde samenstelling van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat beslissingen van het hof genomen vóór het opnieuw aanvangen van het onderzoek onbesproken moeten blijven, conform art. 322, vierde lid, Sv. De klachten over die beslissingen konden daarom niet tot cassatie leiden. Ook voor zover de middelen zich daarbuiten bevonden, faalden zij. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.

Uitspraak

15 november 2016
Strafkamer
nr. S 15/01085 P
IV/DFL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2015, nummer 23/004870-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2.1.
De middelen bevatten onder meer de klacht dat het Hof de (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft afgewezen.
2.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2014 houdt het volgende in:
"Aangezien het hof thans anders is samengesteld dan ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting van 18 juli 2013, vangt het hof het onderzoek ter terechtzitting opnieuw aan."
2.3.
Het bestreden arrest houdt in dat het is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 11 december 2014 en 14 januari 2015.
2.4.
Art. 322, vierde lid, Sv, dat ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv en art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, luidt:
"Ook in het geval het onderzoek ter terechtzitting opnieuw wordt aangevangen blijven beslissingen van de rechtbank inzake de geldigheid van de uitreiking van de dagvaarding uit hoofde van artikel 278, eerste lid, beslissingen op verweren van de verdachte uit hoofde van artikel 283, eerste lid, beslissingen op vorderingen tot wijziging van de telastlegging alsmede beslissingen inzake het horen of de oproeping van getuigen of deskundigen ter terechtzitting uit hoofde van artikel 287 of Pro artikel 288 in Pro stand."
2.5.
De in de middelen bedoelde afwijzende beslissingen van het Hof betreffen beslissingen die zijn gegeven op de voet van de art. 328 en Pro 331, eerste lid, Sv in verbinding met art. 315 Sv Pro, welke bepalingen ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv en art. 415, eerste lid, Sv ook in hoger beroep van toepassing zijn, alsook op de voet van art. 418, derde lid, Sv in verbinding met art. 511g, tweede lid, Sv. Op die beslissingen heeft art. 322, vierde lid, Sv geen betrekking.
2.6.
Nu het onderzoek ter terechtzitting van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven voor zover deze zien op de afwijzende beslissingen van het Hof die zijn genomen op de terechtzittingen voorafgaand aan het opnieuw aanvangen van het onderzoek ter terechtzitting. De klacht kan reeds om die reden niet tot cassatie leiden.

3.Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2016.