Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
15 november 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij de verdachte in cassatie ging tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2015.
De verdachte klaagde onder meer over de afwijzing door het hof van verzoeken tot het horen van getuigen en tot voeging van stukken uit de hoofdzaak in het dossier. Het hof had het onderzoek ter terechtzitting op 11 december 2014 opnieuw aangevangen vanwege een gewijzigde samenstelling van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat beslissingen van het hof genomen vóór het opnieuw aanvangen van het onderzoek onbesproken moeten blijven, conform art. 322, vierde lid, Sv. De klachten over die beslissingen konden daarom niet tot cassatie leiden. Ook voor zover de middelen zich daarbuiten bevonden, faalden zij. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.