Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te Beuningen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 november 2016.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de gemeente Beuningen niet aansprakelijk stelt voor schade veroorzaakt door onjuiste informatie. De kern van het geschil betreft de vraag wanneer de verjaringstermijn aanvangt bij een onrechtmatige overheidsdaad.
Eiser stelt dat de verjaring niet is begonnen door de uitkomst van een kort geding en dat de aanvangstermijn afhankelijk zou zijn van het voltooien van een bestuursrechtelijke procedure. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het hof en concludeert dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van eiser en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het cassatieproces. Hiermee is de verjaring van de vordering van eiser definitief vastgesteld, waarmee de gemeente niet aansprakelijk is voor de gestelde schade.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.