Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
8 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft de herziening ten nadele van een onherroepelijke vrijspraak van de gewezen verdachte in de Vivaldi-zaak, waarin de bedrijfsleider van een Aldi-supermarkt in Ridderkerk op 11 december 2001 werd doodgeschoten tijdens een gewapende overval. De gewezen verdachte werd in eerste aanleg en in hoger beroep vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
De aanvraag tot herziening berustte op een nieuw NFI-rapport van 2 februari 2007, waarin met geavanceerdere DNA-analysetechnieken een veel kleinere kans werd berekend dat het DNA-mengprofiel op de nagels van het slachtoffer van een ander dan de gewezen verdachte afkomstig kon zijn (minder dan één op één miljard versus één op honderdduizend in het eerdere rapport). Dit rapport werd als novum ingebracht.
De Hoge Raad beoordeelde of dit nieuwe technisch bewijs zodanig was dat het ernstige vermoeden ontstond dat de zaak bij bekendheid met dit rapport niet in een vrijspraak, maar in een veroordeling had moeten eindigen. Gelet op het reeds beschikbare belastende bewijs, waaronder verklaringen van medeverdachte, ballistisch onderzoek, vondsten in de woning en auto van de verdachte, en het eerdere DNA-rapport, concludeerde de Hoge Raad dat het nieuwe rapport niet van voldoende gewicht was om het ernstige vermoeden te doen ontstaan.
Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen. De Hoge Raad beperkte zich tot de toetsing van de wettelijke vereisten voor herziening en liet andere juridische vragen onbesproken. Het arrest werd uitgesproken op 8 november 2016 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af omdat het nieuwe DNA-rapport niet voldoende gewicht heeft om de vrijspraak te herzien.