ECLI:NL:HR:2016:250

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2016
Publicatiedatum
17 februari 2016
Zaaknummer
15/01789
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduring beslag op auto's in witwasonderzoek

In deze zaak hebben klaagsters beroep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland die hun klaagschrift tot teruggave van drie inbeslaggenomen auto's ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave omdat het beslag noodzakelijk is voor het aan de dag brengen van de waarheid in het lopende witwasonderzoek.

De rechtbank baseerde zich op tapgesprekken waaruit bleek dat verdachte [betrokkene 1] een contactpersoon is van [betrokkene 2] en betrokken is bij de aanschaf, financiering en verzekering van de voertuigen, die op naam van een B.V. staan. Dit wekte het vermoeden dat de voertuigen worden verhuld en verborgen, waardoor het beslag moest voortduren.

De raadsman van klaagsters voerde aan dat zij te goeder trouw zijn en dat verbeurdverklaring alleen mogelijk is als de rechtmatige eigenaar op de hoogte was van criminele activiteiten. De rechtbank vond echter dat zij zich niet hoefde uit te laten over de mogelijkheid van verbeurdverklaring omdat het beslag ex art. 94 Sv Pro was gelegd en voortgezet moest worden.

De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank een juiste maatstaf heeft toegepast en het belang van strafvordering terecht zwaarder heeft gewogen dan het belang van teruggave. Het beroep werd daarom verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de inbeslaggenomen auto's.

Uitspraak

16 februari 2016
Strafkamer
nr. S 15/01789 B
DAZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 3 februari 2015, nummer RK 14/3251, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster 1] en [klaagster 2], beiden gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagsters. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de Rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2.
De Rechtbank heeft het klaagschrift, strekkende tot teruggave aan de klaagsters van een drietal onder hen inbeslaggenomen auto's ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe het volgende overwogen:
"Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van hetgeen bij klager in beslag is genomen.
Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de teruggave van de voertuigen aan klager. De rechtbank overweegt dat het onderzoek naar witwassen nog in volle gang is en uit onder meer tapgesprekken blijkt dat verdachte [betrokkene 1] een contactpersoon is van [betrokkene 2] en de aanschaf, financiering en verzekering van deze voertuigen regelt en zorgt dat de voertuigen op naam van de B.V. blijven staan. Het vermoeden is dat [betrokkene 1] aldus helpt bij het verhullen en verbergen van de voertuigen en dat [A] B.V. daar dus bij betrokken is. Hierdoor dient het beslag voort te duren voor het aan de dag brengen van de waarheid in de strafzaak.
Het klaagschrift zal derhalve ongegrond worden verklaard."
2.3.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen auto's omdat de voortduring van het beslag noodzakelijk is voor het aan de dag brengen van de waarheid. Daaruit volgt dat zij ervan is uitgegaan dat sprake is van een op de voet van art. 94 Sv Pro gelegd beslag. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer inhoudt dat, voor zover hier van belang, aldaar is aangevoerd
- door de Officier van Justitie:
"Ik verzoek u het klaagschrift ongegrond te verklaren aangezien het strafvorderlijk belang zich tegen teruggave verzet. Klaagsters worden verdacht van medeplichtigheid aan witwassen. Het onderzoek loopt nog. Tot op heden is gebleken dat de verdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] beschikken over de in het klaagschrift genoemde voertuigen die op naam staan van onder andere [klaagster 1]. Uit onder meer tapgesprekken blijkt dat verdachte [betrokkene 1] een contactpersoon is van [betrokkene 2] en de aanschaf, financiering en verzekering van deze voertuigen regelt en zorgt dat de voertuigen op naam van de B.V. blijven staan. Het vermoeden is dat [betrokkene 1] aldus helpt bij het verhullen en verbergen van de voertuigen en dat [A] B.V. daar dus bij betrokken is."
- door de raadsman van de klaagsters:
"Er zou sprake zijn van een schijnconstructie, maar de officier van justitie heeft dit niet onderbouwd. Ik heb voldoende bewijsstukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat mijn cliënten als redelijke rechthebbenden van de voertuigen dienen te worden aangemerkt. Mijn cliënten zijn te goeder trouw. Verbeurdverklaring is alleen aan de orde als de rechtmatige eigenaar op de hoogte is geweest van de criminele activiteiten. Er is niets waaruit blijkt dat [klaagster 1] als verdachte is aangemerkt."
2.4.
Nu de Rechtbank heeft geoordeeld dat de voortduring van het beslag noodzakelijk is voor het aan de dag brengen van de waarheid, behoefde zij zich - anders dan in de toelichting op het middel lijkt te worden betoogd - niet uit te laten over de door de raadsman van de klaagsters aan de orde gestelde (on)mogelijkheid dat de auto's worden verbeurdverklaard.
2.5.
Het middel faalt.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 februari 2016.