Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
1 november 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor drie woninginbraken gepleegd in november 2013 te Chaam en Bavel. Kort na de diefstallen werden gestolen goederen en een bahcosleutel aangetroffen in een woning te Tilburg waar de verdachte met anderen verbleef. Het hof concludeerde op basis hiervan dat verdachte de inbraken had gepleegd.
De verdediging voerde aan dat er geen direct bewijs was dat verdachte de inbraken had gepleegd, aangezien er geen belastende verklaringen van medeverdachten waren, geen belastend DNA- of forensisch bewijs, en geen getuigen die verdachte bij de inbraken hadden gezien. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat het samenhangende bewijs voldoende was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte daadwerkelijk de inbraken heeft gepleegd. Het hof stelde alleen vast dat verdachte met anderen in het pand verbleef waar de gestolen goederen en de bahco werden aangetroffen, maar maakte geen voldoende directe koppeling met de bewezenverklaarde gedragingen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring en wijst zaak terug naar hof.