Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 februari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatiemiddel is voorgesteld door de raadsman van de verdachte. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Een schriftelijke reactie van de raadsman op de conclusie van de AG is te laat ingediend en wordt door de Hoge Raad niet in behandeling genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat het niet nodig is om het middel nader te motiveren. Dit volgt uit artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO), omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 februari 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder inhoudelijke motivering.