Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
16 februari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel over een klaagschrift gericht tegen het beslag op een paspoort en twee iPhones (iPhone 4 en iPhone 6). De klager verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van de goederen, stellende dat deze niet meer van belang zijn voor de waarheidsvinding.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen zal bevelen, waardoor het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Dit oordeel baseerde zij op de door de officier van justitie aangevoerde feiten, met name met betrekking tot het paspoort en de iPhone 6.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar oordeel over het beslag op de iPhone 4 onvoldoende heeft gemotiveerd, terwijl het oordeel over het paspoort en de iPhone 6 niet onbegrijpelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking slechts voor wat betreft de iPhone 4 en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbehandeling van dit onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking over het beslag op de iPhone 4 en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling.