Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
16 februari 2016.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2014. Het geschil betreft de vraag of verdachte opzettelijk hennep bij zich had.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, stellende dat de bewijsklachten falen. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.
Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 februari 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens falende bewijsklachten over het opzettelijk bezit van hennep.