ECLI:NL:HR:2016:2347

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2016
Publicatiedatum
13 oktober 2016
Zaaknummer
16/03001
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 onder c Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen tussentijdse beëindiging WSNP wegens niet-naleving informatieplicht

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had het vonnis van de rechtbank Overijssel bevestigd waarin de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) tussentijds werd beëindigd vanwege niet-naleving van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet.

Verzoekster had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarbij werd overwogen dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde hiermee de ontvankelijkheid van het tussentijds beëindigen van de WSNP wegens het niet voldoen aan de informatieplicht en benadrukte het belang van strikte naleving van deze verplichting binnen het kader van de schuldsanering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de WSNP wegens niet-naleving van de informatieplicht.

Uitspraak

14 oktober 2016
Eerste Kamer
16/03001
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz
de Loos, thans mr. K. Aantjes.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C 08/14/702 R van de rechtbank Overijssel van 8 maart 2016;
b. het arrest in de zaak 200.187.717 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
14 oktober 2016.