Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Rotterdam,
zetelende te Den Haag,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
vaneen bepaalde taal. Het voorgaande wordt niet anders doordat het EHRM in het genoemde arrest Demir and Baykara v. Turkey (betreffende de vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandelingen) heeft geoordeeld dat een uit internationale instrumenten en statenpraktijk blijkende consensus kan worden betrokken bij de uitleg van EVRM-bepalingen in concrete gevallen. Dat ten aanzien van het kunnen volgen van onderwijs van de moedertaal sprake is van dergelijke consensus valt uit de stellingen van Hollanda c.s. niet af te leiden en volgt evenmin uit de verdragsbepalingen waarop zij zich beroepen. Bovendien wijst de rechtspraak van het EHRM met betrekking tot art. 2 EP Pro juist niet op het bestaan van dergelijke consensus.
4.Beslissing
14 oktober 2016.