Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Breda,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De praktijk bleef uitgeoefend in het van [E] gehuurde pand; de helft van de gehuurde ruimte werd daartoe benut. [F] betaalde vanaf 1 januari 2009 aan [E] 50% van de huurprijs die tussen de maatschap en [E] was overeengekomen. De andere helft van die huurprijs bleef onbetaald.
4.Beslissing
12 februari 2016.