Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
11 oktober 2016.
Hoge Raad
De aanvrager werd eerder veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf werd verschaft door verbreking. Na een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd een herzieningsverzoek ingediend op grond van ne bis in idem, omdat de aanvrager al eerder voor hetzelfde feit was veroordeeld door de Politierechter.
De Hoge Raad overwoog dat het gegeven dat de eerdere veroordeling niet bekend was bij het Hof een grond voor herziening vormt volgens art. 457 Sv Pro. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond is en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en het bevestigde vonnis van de Politierechter en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Om doelmatigheidsredenen werd de zaak niet verwezen naar het Hof voor hernieuwde behandeling.
De uitspraak bevestigt het verbod van dubbele vervolging voor hetzelfde feit (ne bis in idem) en benadrukt het belang van volledige kennis van eerdere veroordelingen in vervolgingszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens ne bis in idem.