ECLI:NL:HR:2016:2224

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2016
Publicatiedatum
29 september 2016
Zaaknummer
15/03031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:668a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arbeidsovereenkomstverlenging voor onbepaalde tijd bij niet-naleving schriftelijkheidsvereiste cao

In deze zaak stond de vraag centraal of een aanvankelijk voor één jaar gesloten arbeidsovereenkomst, die volgens de cao schriftelijk verlengd had moeten worden voor een jaar, door het ontbreken van die schriftelijke verlenging toch voor onbepaalde tijd is verlengd.

De kantonrechter en het gerechtshof hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het standpunt van de eiseres verwierp. De eiseres stelde dat de arbeidsovereenkomst slechts voor een jaar was verlengd, omdat de cao een schriftelijke vorm voorschrijft voor verlenging.

De Hoge Raad oordeelde dat niet-naleving van de schriftelijke vormvereiste in de cao ertoe leidt dat de arbeidsovereenkomst niet voor een jaar is verlengd, maar stilzwijgend voor onbepaalde tijd is voortgezet. Het cassatieberoep van eiseres werd verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de arbeidsovereenkomst is stilzwijgend verlengd voor onbepaalde tijd.

Uitspraak

30 september 2016
Eerste Kamer
15/03031
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 247508/12-5229 van de kantonrechter te Middelburg van 21 januari 2013, 11 februari 2013, 25 september 2013 en 11 december 2013;
b. de arresten in de zaak HD 200.145.161/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 mei 2014 en 17 maart 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 17 maart 2015 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
30 september 2016.