Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake verzet tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Om redenen van proceseconomie laat de Hoge Raad in het midden of belanghebbende een beroep kan doen op betalingsonmacht ten aanzien van het griffierecht.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.